Ziek in vier stappen

In deze weblog beschouwt Janse hoe zijn gezondheid hem tijdelijk in de steek laat maar de rest niet.

Stap 1

Zorg voor weinig weerstand. Eet niet te veel fruit. Schenk even geen tijd aan je conditie en plan je agenda vol. Doe veel aan school en doe nog meer ernaast. Zorg voor een goede dosis stress. De beste garantie voor ziek worden is om dan tot vier uur ’s nachts mee te helpen op een feestje en dan weer vroeg opstaan.

Ik vind het schandalig van mijzelf dat ik mijn gezondheid op zo’n voorspelbare wijze heb laten aftakelen. Gelukkig weet ik ook wat ik moet doen om weer beter te worden…

Stap 2

Vrijdagmiddag lig ik met Corine in de uiterwaard. De zon schijnt en wat verderop staan wat paarden te grazen. We eten samen uit een bak bananen-caramelijs van de Albert Heijn. Mierzoet maar best lekker. Als we niet meer kunnen gaan we languit op de grond liggen en we kussen zachtjes. Maar ik ben er niet bij met mijn hoofd; mijn geest gedraagt zich als een onrustige wolk van zoemende bijen. Er prikken harde kluiten aarde in mijn rug en er vliegen de hele tijd beestjes in mijn neus.

Ik sta op en loop naar de waterkant. Corine komt achter mij aan. Er is een begroeid stukje langs de rivier waar ik op een imaginaire ontdekkingreis ga. Er ritselt iets, een paar meter voor mijn voeten. Het is een donkergroene slang. Corine ziet hem ook. ‘Wat mooi.’ zegt ze rustig. Dat is een andere reactie dan wat je van de meeste meisjes zou verwachten.

De slang kruipt haastig weg. Wij vervolgen onze tocht door het kreupelhout van de woeste natuur. Ik probeer de lege condoomhulzen op de grond uit alle macht te negeren. Op gegeven moment zie ik iets. ‘Niet bewegen!’ zeg ik tegen Corine. Het is een boomstronk. Rustig loop ik er op af met mijn arm uitgestrekt. Ik laat de stronk voorzichtig aan mijn hand ruiken. ‘Kom maar, Corine, dan kun je hem aaien.’ Corine komt dichterbij en aait de boomstronk over zijn hals.

We gaan daarna nog even naar de paarden kijken en naar het stromende water van de Rijn. Maar eigenlijk wil ik naar huis. Ik leg het uit aan Corine en ze gaat met mij mee. Thuis gaan we samen in mijn eenpersoonsbed liggen. Nog steeds bevind ik mij in een soort trance. Samen bladeren we door een boek met foto’s van een wonderschoon, onbewoond tropisch eiland.

Als het tien uur is gaan we koken. We eten terwijl we een film kijken over een Tibetaanse monnik die uit een klooster vlucht om de echte wereld te leren kennen.

Na de film gaan we naar bed.

Stap 3

Ik word wakker naast mijn lief. Mijn hoofd zit vol met snot en andere dingen. Ik voel mij bepaald niet beter. Vandaag had ik beloofd op te treden op Unitas. Ik zou een korte inleiding geven op de film ‘The Prestige’ die ze zouden kijken. Het was om twee uur ’s middags en ik wist nog niet eens wat ik zou gaan doen tijdens die presentatie.

Samen douchen we en we ontbijten met tosti’s. Ik krijg mijn tweede tosti maar half op. Snel doe ik een paar trucs in een katoenen tas en trek ik iets goochelaarsachtigs aan. Corine moet nog even langs huis om haar luidruchtige kat Mao eten te geven en wat spulletjes te pakken. Zelf fiets ik zwetend de berg op. Eenmaal op Unitas word ik gebeld door mijn moeder. Ik volg niet echt wat ze zegt. Er was post van mijn telefoonaanbieder. Quinten bijna jarig. Bijna Pasen. Tuin in bloei. James mist mij.

Het optreden gaat goed. Om vijf uur drink ik een kopje thee bij Rebus thuis. Rebus is mij er een. Iedere keer dat ik hem zie denk ik: ‘Dat is de Grote Vriendelijke Reus’. Hij is langer dan ik. Heeft korte, donkere stekeltjes en diepbruine ogen. Hij laat altijd zijn schouders hangen en oogt dan misschien wat slungelig. Hij heeft een passie voor verantwoord en lekker eten en pianomuziek van Satie. We maken samen wat muziek en gaan dan weer terug naar Unitas. Daar eten we en we kijken naar een Monty Pyton film. Daarna ga ik naar huis.

Stap 4

Ik word zondag om twaalf uur ’s middags wakker. Mijn lichaam voelt aan alsof alle energie eruit is gezogen. Loom ga ik onder de douche staan en laat het hete water over mijn lichaam glijden en zo al het opgedroogde zweet van mijn lichaam spoelen. Ik heb meer dan dertien uur geslapen en toch voel ik mij dodelijk vermoeid.

Het is palmpasen en mijn ontbijt bestaat uit zes San Fransisco-biscuits, twee kiwi’s, een paracetamol en een glas coca-cola zero. Ik ga terug in bed liggen met een stripboek en een kop hete koffie. Ik rust uit. Gewoon niets meer doen, alleen maar beter worden.