Vegetariër

De laatste tijd heb ik veel vragen moeten beantwoorden over mijn vegetariërschap dat nu al tien maanden duurt. Op de een of andere manier blijken mensen het toch een aparte keus vinden om te stoppen met vlees eten. Iedere keer dat het onderwerp op tafel komt voelen mijn gesprekspartners zelfs een enorme drang om hun keuze te verantwoorden. ‘Ik eet ook steeds meer biologisch.’ en: ‘Ik vind het heel knap van je, ik zou het niet kunnen.’ zijn kreten die ik vaak hoor.

Er blijven mensen die het op een of andere manier permanent oneens zijn met het idee van vegetarisme. Ze beweren dat geen vlees eten onnatuurlijk is en dat het uiteindelijk geen barst uitmaakt of een individu nu wel of geen vlees eet. Voor die mensen zal ik hieronder helder uiteenzetten wat mijn beweegredenen zijn om te stoppen met mijn vleesconsumptie.

Mijn minst sterke argument is dat ik simpelweg van dieren houd. Er zijn maar weinig dieren waar voor ik geen sympathie kan opbrengen en ik vind het prettig om diversiteit te aanschouwen in een natuurlijke habitat. Ik ben er van overtuigd dat hogere (bijv: gewervelde) diersoorten net als wij pijn en stress ervaren. Als intelligent mens kan ik mij inleven in dit lijden en dat maakt dat ik die deze dieren niet toewens. Lammetjes bijvoorbeeld, vind ik schitterende wezens waar ik graag naar mag kijken. Ik vind ze lief en goedaardig en ik wil liever niet dat ze leiden in de bio-industrie zodat ze later op mijn bord belanden.

Naast deze emotionele reden wil ik sterk benadrukken dat vlees een bijzonder kostbaar product is en dat wanneer men naar het totaalplaatje kijkt de baten niet afwegen tegen de kosten. Om veevoer te produceren worden er inderdaad op grote schaal tropische bossen gekapt. Deze moeilijk herstelbare schade is één ding. Bij het eten van een biefstuk moet men zich immers ook bewust zijn van de kosten van de verdere milieubelastingen die in het productieproces zitten. Transportkilometers (met CO2 uitstoot) worden gemaakt bij het vervoer dan de levende of geslachte dieren. Nederland speelt hier in Europa een belangrijke rol in door ieder jaar 500 miljoen dieren te transporteren.

Ook de enorme hoeveelheid mest die wordt geproduceerd doet schade aan het milieu. Methaan en nitraten zorgen voor bodem en waterverzuring met als gevolg dat er minder productiemiddelen overblijven om onze zes miljard menselijke aardbewoners in leven te houden. Schade toebrengen aan het milieu kost geld, al merken we dat vrijwel nooit op het moment dat we die schade veroorzaken. Toen ik mij besefte wat het vlees dat ik at werkelijk kost besloot ik dat ik daar niet aan mee wilde werken.

Een ander deel van de kosten die men zich niet altijd direct realiseert zijn de bedragen die aan zorg worden gespendeerd voor mensen die vlees over consumeren. Doordat de meeste huishoudens in West Europa zes tot zeven keer per week vlees eten is het percentage van kinderen met overgewicht zo schrikbarend hoog. Hier gaan ook kosten inzitten; zorgverzekeraars betalen zich blauw aan behandelingen voor deze kinderen. In mijn eigen omgeving zie ik bijzonder veel kinderen met overgewicht. Ik vraag mij wel eens af wat al die jonge mensen nog door moeten maken omdat ze slachtoffer zijn van onevenwichtig dieet.

Vlees eten is dus moeilijk economisch verantwoord te noemen. Máár: het is wél lekker. Dat argument schijnt voor de meeste mensen uiteindelijk toch de doorslag te geven om alle avonden vlees te eten. Dit aangeleerde gedrag is vergelijkbaar met dat van kettingrokers: ze wéten dat het ongezond en niet-economisch is. Toch wegen het emotionele genot en de gehechtheid kennelijk op tegen al deze rationele argumenten. Een licht schuldgevoel is eenvoudig weg te happen.

Wat valt er nu te toen aan deze emotionele gehechtheid? Wel in feite is het slechts de realisatie dát het emotionele gehechtheid is. Er zijn zat andere dingen waar aan je plezier kunt beleven dan aan een stukje vlees. Het overschakelen op een dieet dat niet door vlees wordt gedomineerd is helemaal niet zo lastig als het lijkt. De enige keren dat ik vlees mis zijn wanneer ik langs zo’n kippengril loop, buiten bij de keurslager. Verder zijn de ‘afkickverschijnselen’ nihil.

Ikzelf heb vlees altijd lekker gevonden maar ik mis het niet en ik geniet van de culinaire uitdaging van mijn nieuwe dieet. Om bepaalde voedingsstoffen binnen te krijgen eet ik soms nog wel (duurzame) vis en daar voel ik mij niet schuldig over. De mens heeft die stoffen (vitamine B12 bijvoorbeeld) gewoon nodig. Daarom raad ik mensen af om volledig te stoppen met vlees en vis eten. Alleen adviseer ik mensen wel dringend om hun vleesconsumptie drastisch om laag te brengen. Twee keer biologisch vlees per week moet ruim toerijkend zijn om aan de benodigde voedingsstoffen te voldoen.

Als we deze akelige situatie vol met armoede, geweld en milieuproblematiek op deze wereld het hoofd willen bieden, is de eerste stap naar mijn idee betrokkenheid. Ik geloof dat vrijwel de meeste mensen uiteindelijk goede bedoelingen hebben en net als ik streven naar een prettige toekomst. Ik zie dat in West-Europa er een grote beweging is om steeds meer biologisch en eerlijker te produceren. Daarom hoop ik dat wij als Europeanen en sterke rol zullen spelen in het voorbij gaan van alle hindernissen in de toekomst.