Sint Maarten (met Steil)

Het regent en het regent hard. De zon is al aan het ondergaan en de lucht is gekleurd met grijze, blauwe en gele tinten. Het is een hemel van Hollands licht en wij lopen onder die hemel door. We lopen op een pad tussen twee bollenvelden waar nu natuurlijk weinig op groeit. Het is de avond van Sint Maarten’s avond.

De ene jongen ben ik en de andere is Steil. Ik ben altijd blij dat ik zijn gedachten niet kan lezen, want ik zou er hopeloos in verdwalen. Hij is getalenteerd en veel slimmer dan ik en als er iemand is die mij kan geruststellen dan is hij het wel. Steil en ik hebben denk ik gemeen dat we alle twee avonturiers zijn. We zijn constant op zoek naar zaken die ons leven spannender maken.

Ik denk: het leven is misschien een hobbelige weg. Je kunt er voor kiezen om met veel moeite rechtdoor te gaan, of je kunt je eenvoudigweg laten meevoeren langs de kuilen en stenen al weet je dan niet precies waar je uitkomt. Als je in sprookjes gelooft dan is die laatste optie misschien wel het beste. Immers, aan het eind komt toch alles goed.

Het leuke aan Steil is dat hij een probleem altijd analytisch benaderd, maar dat zijn oplossingen echter meestal gevoelsmatig zijn. Als er een kuil in de grond zit dan beredeneerd hij dat hij er, op grond van feiten, onmogelijk langs die kuil kan komen. Vervolgens sluit hij zijn ogen en dan springt hij blind over de kuil heen. Uiteindelijk is hij toch een optimist.

Nu ik over de geestgronden loop is Steil dan misschien wel de meest geschikte persoon om naast mij te lopen. Ik zit namelijk vast in een zelfbedacht sprookje en volgens analyse van derden is er geen mogelijkheid om dat verhaal tot een goed einde te brengen. Ik wil graag getroost worden en horen dat het uiteindelijk toch goed zal komen.

We zien in de verte wat lampionnetjes van doorzettertjes die met dit weer Sint Maarten lopen. Sint Maarten was nog maar vijftien toen hij zijn mantel met een zwerver deelde. Het is nooit te vroeg voor een goede daad, moest hij gedacht hebben.

‘Tsja.’ Zegt Steil ‘Je bent het inderdaad goed aan het verkloten. Theoretisch gezien zijn er nog maar drie dingen mogelijk.’ Er volgt een analyse en er volgt een conclusie.

‘Zoals het nu gaat, gaat het niet lukken.’

Dat viel te verwachten.

We lopen door en praten verder. Ik wacht op het moment dat Steil zijn conclusie met hondertachtig graden zal verdraaien.

‘Maar als er iemand is die het zou kunnen lukken…’ begint hij eindelijk ‘Dan ben jij het wel.’