Scheren

Ik sta voor de spiegel met een ontevreden grijns op mijn gezicht. Ik heb een stoppelbaard die menig zwerver niet zou misstaan. In eerste instantie sta ik mij af te vragen hoe dat haar toch zo snel kan groeien en waar dat toch allemaal vandaan komt. In tweede instantie raak ik in lichte paniek. Over één dag heb ik chique dineetje ter gelegenheid van mijn zus haar 18e verjaardag. Ik kan dan toch niet daar bij gaan zitten met een ongeschoren kop? En laat ik nu net mijn trouwe scheerapparaat zijn vergeten mee te nemen. Er zitten maar twee dingen op: mesjes en schuim.

In de Appie sta ik vervolgens voor het grote rek met scheerspullen. Wat zal ik er uit halen? Het goedkoopste maar. Wegwerpscheermesjes en wegwerpscheerschuim. Liefst het huismerk.

Ik reken af met de kassa. Het meisje bliebt de dingetjes af en kijkt mij aan met een blik van: het is wel nodig zeg! Maar ze vraagt: ‘Heeft u een bonuskaart?’

‘Jawel,’zeg ik ‘Maar ik denk niet dat die nu iets uit zal maken.’

Het meisje fronst, geeft mij het kassabonnetje en zegt nog iets in de trend van ‘tot ziens’.

Ik sta weer voor de spiegel en lees het etiket van het busje ‘scheerschuim voor de gevoelige huid’. Misschien is dit scheerschuim alleen bedoeld om schaamhaar mee weg te scheren. Maar in de gebruiksaanwijzing spreken ze over ‘het gezicht’ en toevallig weet ik dat het haar dat daar groeit niets is om je voor te schamen. Tenzij je natuurlijk met je zus gaat eten in een Belgisch restaurant.

Ik houd de bus horizontaal boven mijn hand en druk op de knop. Er komt inderdaad scheerschuim uit. Maar hoeveel moet ik hebben? Zou een handvol genoeg zijn? Een handvol blijkt ruim voldoende. Het lijkt wel steeds meer te worden! Ik spreid het schuim uit over mijn gezicht, mijn lippen stevig op elkaar geklemd, want ik wil niet dat het schuim in mijn mond komt. Ik bekijk het resultaat. Aan de andere kant van de spiegel kijkt een chagrijnige kerstman mij toe. Het schuim is niet zo gelijkmatig verdeel als je in de reclamespotjes ziet. Sterker nog; het lijkt wel een soort ijs landschap.

En dan nu het scheren. Met mijn glibberige handen probeer ik het pakje met de wegwerpmesjes open te krijgen. Het is een hopeloze zaak. Dan maar met de tanden proberen. Ik bijt de verpakking open en jawel hoor er zit scheerschuim in mijn mond. Gadverdamme. Ik spuug een paar ik in de wasbak en zeg: ‘bah’. Ik haal een mesje uit de verpakking en begin het over mijn gezicht heen te halen. Het mesje glijdt soepel over mijn kin. Té soepel. Ik zie ook geen haartjes verdwijnen. Ik bekijk het mesje en ontdek dat er een soort veiligheidskapje over heen zit. Aha. Ik pulk het kapje er af en probeer het nog een keer. En jawel hoor. Dit keer heeft het wél het gewenste resultaat.

Driftig begin ik het mesje heen en weer te schuiven. Het gaat een hele tijd goed tot ik ergens een gevoelig punt raak en –au- mijn eerste scheerwondje creëer. Het begint natuurlijk te bloeden als een rund en voor ik het weet is al het resterende schuim roze. Snel pak ik een handdoek en druk die er tegen aan. Als ik hem weer weg haal zit een enorme rode vlek op. Wat komt er veel bloed uit zo’n lullig klein wondje! Snel maak ik het scheerwerk af en spoel ik de restjes schuim van mijn gezicht. Wat een ramp dat scheren. Welke lul heeft dat nu weer bedacht?

Even later sta ik alwéér voor de spiegel dit keer is mijn baard weg en zit er een grote pleister op mijn kin. Ik voel het resultaat. Toch zijn verder mooi alle haartjes weg en is mijn kin weer glad. Ik pak het mesje en werp het keihard tegen de muur. Zo hoort dat. Weer wat geleerd.