Over de Pingnijn en leuke t-shirts

Ok ik weet dat ik SE week heb, maar ik werk me niet de naad uit het stof. In feite sta ik op non-actief. Overigens, ben ik al op 75% van alle stof die ik voor morgen moet weten. Het eerste pak ananassap is al bijna op (tjesus wat gaat dat snel). De zak werther's is half vol (of half leeg).

Ik ben rond elven kleren gaan kopen met mijn moeder. Als er iets is wat ik haat dan is het kleren kopen. Ik ben een van de weinige mensen in Nederland, die het nauwelijks kan schelen wat ie draagt. Ik vind het als best als het lekker zit en niet al te veel opvalt. Daar zijn mijn zus en mijn moeder het helemaal niet mee eens, en eens in het half jaar ga ik gedwongen met ze op pad om nieuwe kleren te kopen. Het meest irritante daarvan vind ik wel het passen.

In de loop der jaren heb ik dus een techniek ontwikkeld om zo snel mogelijk van het kleding kopen af te zijn: zo duur mogelijk, en op alles wat ze laten zien 'ja' zeggen. Als je dan een stapel hebt liggen, zoek je het leukste eruit, en laat je je ma dokken. Klaar is kees.

Dit keer kwam ik thuis met enkele t-shirts met leuke teksten erop (i'm with stupid, please touch the monkey) twee saaie spijkerbroeken en een wit vest met geel en groen. Ik ben er tevreden over.

Ik heb voor alle fans een foto op deze weblog gezet met de nu al beroemde pingnijn erop. Het is het beest die uit de goochelhoed kwam tijdens mijn benefietavond. Voor zover ik weet is er nog geen fanclub opgericht, en misschien is dat ook geen goed plan. Overigens was het niet mijn idee om konijnennoren aan het eerste beste knuffelbeest te naaien. Het idee is al eerder gebruikt door de illusionist Charles Carter in 1850. Bij deze dan een herintroductie.