Vooroordelen: De Exotische Mens
Naar aanleiding van een tentoonstelling vraagt Janse zich af of en hoe je mensen mag klassificeren.
Tijdens de opening van een expositie is het compleet onmogelijk om de werken rustig te bestuderen. Je kunt beter op een regenachtige maandagmorgen gaan kijken, dan is er echt niemand. Tijdens de opening zul je altijd zien dat je iets wilt bekijken en dat je uitzicht dan wordt belemmerd door de burgemeester of door de minister van ontwikkelingssamenwerking. Is dat heel erg? Nee, want de burgemeester en de minister zijn ook heel interessant om te bekijken. Mensen vinden het nu eenmaal leuk om te kijken naar andere mensen. Vooral bijzondere mensen. Daar staan we graag voor in de rij.
Tijdens mijn reis door Brazilië kwam ik met mijn reisgenoten terecht op soort feest voor gehandicapte jongeren. In Brazilië vallen daar niet alleen verstandelijk en fysiek gehandicapte mensen onder, maar ook doven en blinden. Wij Nederlanders (naar verhouding vreselijk lang en met blond haar) vormden zo ongeveer de hoofdattractie. Op die dag ben ik misschien wel vijftig keer gefotografeerd met opgetogen kwebbelende Brazilianen. Zo verbaasd als zíj over ons waren, zo verbaasd waren wij over de ene na de andere digitale camera die uit een broekzak werd getrokken. Hadden dan bijna alle Brazilianen geld voor een digitale camera?
Wij Nederlanders zijn tegenwoordig wel wat gewend als het om andere culturen gaat. Gekleurde mensen zijn niets bijzonders; we leven met elkaar samen. Vijftig jaar geleden was dat anders. Toen werden inheemse stammen uit Donker Afrika of Noord-Amerika zonder schaamte geëxposeerd in dierentuinen. Hé? In dierentuinen? Vijftig jaar geleden? We kunnen het ons niet zo goed meer voorstellen. Vandaag zou zoiets worden beschouwd als hyperdiscriminatie: mensen opsluiten die ‘meer naar apen gelijken dan naar menschen’ om vervolgens geld vragen om anderen naar ze te laten kijken. Destijds was het niet zo gek: iedereen hoorde bij een bepaalde stand of klasse en het was eigenlijk vanzelfsprekend om mensen uit exotische landen te classificeren ten opzichte van de beschaafde westerlingen. Wetenschappers onderzochten deze pygmeeën of indianen om uit te zoeken of zij de missing link vormden tussen mensen en de apen.
Later kwamen er natuurlijk allerlei emancipatiebewegingen, werden landen gedekoloniseerd en werden de mensenrechten opgesteld. In slechts vijftig jaar werden wij mensen gelijk aan elkaar. Daardoor werd het dus als het ware onbeleefd om elkaars schedel op te meten. In het Teylers museum is aan dit hele verhaal een tentoonstelling gewijd. Het is een mooie tentoonstelling die het verhaal van twee kanten laat zien. Ik denk dat het heel erg goed aansluit bij wat mijn vader altijd roept: je moet niet luisteren naar wat mensen roepen, maar kijken naar wat ze doen. Er zal altijd een politicus zijn die het nodig vind om verschil te benadrukken. Er zullen altijd hoge pieten zijn die mooie dingen zeggen maar eigenlijk in de weg lopen. Praatjesmakers zijn er zat.