Het verraad van Eshkamir

Ik zit in mijn eentje op een pier aan de Rijn. Het is donker en het waait. In mijn hoofd is het flink onrustig en noch de wind, noch het kabbelende water kan mijn mentale draaikolk tot rust brengen. Ik voel mij zwakker dan ooit. Moe, lusteloos en vooral niet tot rede vatbaar. Gedachten spoken door mijn hoofd… Was ik maar gezegend met verstand en niet slechts met mooie ideeën. Mooie ideeën blijven mooie ideeën.

In de verte hoor ik het geschreeuw van de ganzen. Fraaie echo. Ik sta op en stop mijn handen in mijn zakken. In mijn rechterbroekzak zit iets. Ik haal het eruit en bekijk het. Een bruinleren touwtje, met daaraan hangend een hartje van tijgeroog. Een kettinkje dat ik lang geleden een keer in Giethoorn gekocht, herinner ik mij… Het kettinkje voor het meisje van mijn dromen.

‘Het meisje van mijn dromen…’ mompel ik… ‘Eshkamir!’

De verleden tijd begon. En daar was Eshkamir. Hij stond boven op de dijk. Het licht van een eenzame lantarenpaal scheen op zijn bleke gezicht, dat half verborgen ging onder zijn maffiosohoed. Typisch. Hij hield zijn handen achter zijn rug en klemde zoals gewoonlijk een sigaar tussen zijn tanden. Eshkamir is werkelijk de beste sfeerverslechteraar die er bestaat. Als ik mij terugtrek omdat ik mij kut voel zal hij er altijd zijn om mij dat er nog eens lekker in te wrijven. En dan was hij nog mijn beschermengel ook. Beweerde hij.

‘Janse… Weer alleen? Het is vrijdagavond en jij zit nog in Rhenen?’

Ik schudde mijn hoofd terwijl Eshkamir van het trapje naar beneden klom.

‘Wel waar. Jij bent hier en dit is Rhenen. Al je vrienden zijn in Haarlem of in Wageningen.’ Eshkamir zoog aan zijn sigaar. ‘Niet hier.’ Voegde hij er nodeloos aan toe.

Ik zuchtte diep. Wat had ik mijzelf wijsgemaakt? Dat ik me rot voelde? En dat ik daarom op de pier moest gaan zitten? Dan vráág je om een onderonsje met je beschermengel. Misschien was ik zélf wel de sfeerverslechteraar.

‘Ik weet toevallig waar je over piekert.’

‘Natuurlijk.’

‘Ik heb het je al eens gezegd - of eigenlijk heb ik het je geschreven: het gaat je niet lukken. Geef het op. Laat het gaan.’

‘Ik weet het.’

‘Wat weet je?’

‘Dat meisje… Het gaat niet lukken. Ik geef het op. Hier…’ Ik haalde het kettinkje tevoorschijn. ‘Het kan mij niet meer schelen. De onzekerheid maakt mij gek.’ En met een boog gooide ik het kettinkje in het water. Ik verwachte een plons te horen, maar er kwam niets.

‘Je geeft het op?’ Eshkamir klonk verbaasd. ‘Na alles wat je hebt geleerd?’

‘Het is goed geweest.’

‘Je liegt.’

Ik zweeg.

‘En Steil dan?’

‘Wat weet jij van Steil?’

‘Steil zei dat als er iemand was die het kon…’

‘…Ik dat zou zijn, ja. Ik weet het. Maar dat is niet zo. Ik heb het lang geleden al verknald en Steil’s droommeisje kwam vorige week met het vliegtuig naar hem toe. En ik blijf hier en ik verzuip in mijn studie of in de Rijn.’

Er volgde een stilte. De enige geluiden waren dat van het water en het geraas van de auto’s over een brug ver weg. En toen zag ik iets wat mij persoonlijk meer schokte dan alles wat ik ooit op tv gezien had. Er blonk een traan onder het oog van Eshkamir. Eshkamir moest huilen. Het ontstemde mij zo dat ik een enorme aandrang kreeg om in het koude water te springen.

Eshkamir opende zijn mond en deed hem toen weer dicht. Toen hij hem weer opende zei hij: ‘Nee… Janse… Nee… Het spijt mij, maar als jij het opgeeft… Wat blijft er dan nog over?’ Onwillekeurig moest ik denken aan wat Sascha had gezegd: ‘Janse is zo’n optimist. Als hij voor school gaat leren, dan moeten wij allemaal ook snel gaan leren, want dat betekend dat het de hoogste tijd is óm te leren.’

‘Maar je zei het zelf. Je schreef zelf…’

‘Ik schreef het alleen maar om je aan te moedigen, Janse, begrijp je dat dan niet? Ik had het nooit moeten doen. Ik had geen idee dat je mij zo serieus nam.’

Eshkamir greep in de binnenzak van zijn lange donkere jas en haalde er een stukje papier uit.

‘Hier.’ Zei hij en gaf het aan mij.

Ik vouwde het velletje open en las wat er opstond. Het was een klein toneelstukje:

***

HERVÉ

FLEUR: I’m in love

GIULIETTA: With me?

FLEUR: *squeeq squeeq*

GIULIETTA: You’re crazy!

FLEUR: And you? How do you feel?

GIULIETTA: Happy and warm… Both getting stronger…

FLEUR: That means that you’re in love.

FLEUR: Wait a minute… What’s your name?

***

Ik keek Eshkamir lang aan. Hervé… Hij wist het… Hij begreep het… De man die ik verachte als een demon was de eerste persoon op aarde die mij doorhad. De eerste persoon die begreep wat ik geloofde. En plotseling had ons goedkope drama een aura aangenomen van blauw licht, zo leek het.

Eshkamir en ik staarden nog een poosje naar elkaar. Toen haalde Eshkamir nog iets uit zijn zak. Het kettinkje dat ik zonet in het water had gegooid. Verbaasd keek ik er naar.

‘Hoe?’

‘Jij bent niet de enige die kan goochelen, Janse.’

Hij stak zijn hand uit en reikte mij het kettinkje aan. Vertwijfeld pakte ik het vast.

‘Bedankt, Eshkamir.’zei ik.

En ik meende het.