For the Greater Good
De mensen van mijn opleiding (Internationale Ontwikkelingsstudies) zijn globaal in drie typen mensen in te delen: hippies, idealisten en christenen. Ik val volgens mij in de categorie idealisten en mijn vrienden zijn Christenen. Met hen valt heel goed te praten maar niet over geloof. Als ik daar over begin (als atheïst) is het één en al verontwaardiging en bekeren. Ik krijg standaard Christenantwoorden op al mijn vragen. ‘We weten niet wat Gods plan met ons is, daar zijn wij niet machtig genoeg voor. Ga jij maar eens denken: misschien bestaat er toch een God.’ Zij Sas tegen mij toen ik haar bekogelde met vragen over haar geloof. We zaten in de schitterende Universiteitsbibliotheek huiswerk te maken.
Ik keek naar buiten en dacht diep na. Niet over God maar over de blaadjes die aan het verkleuren waren.
‘Het is herfst hé?’ vroeg ik als aanknopingspunt voor mijn volgende serie vragen.
‘Jep.’mompelde Sas.
‘De blaadjes worden bruin en vallen dood op de grond.’
‘Hmmhmm.’
‘Gaan die blaadjes dan naar de hemel?’
Sas zuchtte diep en keek mij verwijtend aan. ‘Nee, natuurlijk gaan die blaadjes niet naar de hemel. Als een blaadje dood is dan is het dood. Punt.’
‘Gaan muizen dan naar de hemel?’
‘ Nee, muizen hebben geen ziel.’
‘Katten dan?’ Ik probeerde mij voor te stellen hoe eenzaam en saai het zou zijn zonder James in de hemel.
‘Katten komen ook niet in de hemel.’
‘Apen dan?’
‘Nee.’
‘Komen er alleen mensen in de hemel?’
‘Ja. Wat is je punt?’
‘Waarom komen er alleen mensen in de hemel?’
‘Omdat alleen mensen een ziel hebben.’
‘Hebben apen geen ziel?’
‘Nee. Jammer hè?’