Food Industries
Het is een plomp, vierkant gebouwtje gemaakt van donkerbruine bakstenen. Er zitten hoge, rechthoekige ramen in met een oranje tint. Vast heel erg retro, maar ik vind het lelijk. In de stormachtige regen zet ik mijn fiets tegen een lantaarnpaal, stap over het hek en lees de vervaagde letters op het paarsrode bord: ‘Food Industries, research and engineering’. Voor mijn part had er net zo goed: ‘Heen en Weerwolf, drie keer fluiten’ kunnen staan in deze mistige toestand.
Ik loop naar de deur van geblindeerd glas en stap naar binnen.
Ik sta in het centrale halletje. Van binnen heeft het gebouw het interieur van een bruine kroeg. Dezelfde tegels, hetzelfde meubilair. Retro is inderdaad het juiste woord. Een mevrouwtje met een paarse broek en een blauwgroen jasjes komt het vertrek binnen. Ze heeft vragende ogen en donker haar met dezelfde paarse tint als haar broek.
‘Wat kan ik voor u doen?’ vraagt ze.
‘Ik ben op zoek naar Nelleke.’ Antwoord ik.
‘Dat ben ik.’
‘Aah, aangenaam. Mij naam is Janse, ik ben de kleinzoon van Simon H.’
‘Ach! Hoe is het met hem?’
‘Relatief goed. 93 jaar oud, een waslijst met kwaaltjes, maar hij is bezig met het ontwerpen van een bejaardentehuis… Ik kom u namens hem de groeten doen. Hij wil ook graag weten wie er allemaal nog leeft.’
‘Iedereen leeft nog. Maar de meeste werkers zijn al met pensioen. Wacht ik leid je even rond.’
We lopen door het secretariaat naar een kamer waar een tekenaar achter zijn bureau zit. Ik wordt aan hem voorgesteld. Het is een man van in de vijftig. Kalend en met een brilletje. Zijn naam is Henk.
‘Janse, aah, hoe gaat het?’
‘Euh, goed, ik studeer hier in Wageningen.’
‘Juist. Laten we even gaan zitten.’
We nemen plaats in een soort vergaderzaaltje. De ruimte is schraal aangekleed op een enorme wereldkaart van de KLM aan de muur na. Op een kast ligt ook wat prularia uit verschillende landen. Wat indianenbogen, sjaaltjes met Arabische tekens, en een krokodilletje van ivoor. Nu niet de eerste spullen die je in een architectenbureau verwacht.
‘Dat was uit de tijd dat we veel projecten in het Midden Oosten hadden.’ Licht Henk toe. ‘Je opa had eigenlijk spotjes aan de muur gewild, maar dat vonden wij niet zo nodig.’
Na een kort gesprek over de toestand van mijn opa vraagt Henk aan Nelleke of er niet nog een fles jenever in de kantine staat. Nelleke verdwijnt even om iets later terug te komen met een volle fles Ketel 1. Uitstekende granenjenever, mijn grootvader is er dol op.
‘Als bewijs dat je hier geweest bent.’ Legt Henk toe. ‘Doe hem maar de hartelijke groeten.’ Tegen Nelleke zegt hij: ‘Laat jij hem de rest even zien. Hij vindt het vast interessant om een kijkje te nemen in het gebouw dat zijn opa heeft ontworpen.’
Een kleine twintig minuten later verlaat ik opgelucht het gebouwtje. Deze missie is volbracht. Wat een vaag verleden… Ik moet het feit dat mijn opa gebouwen in het midden oosten ontwierp even laten bezinken.