Fijnen Buren 3
Servetstraat 1, Janse’s huidige woonplek, valt te vergelijken met een gemiddeld Afrikaans land. Er zijn verschillende type mensen vertegenwoordigd, van een punker die vogelspinnen spaart tot een biseksuele ondernemer. Het gezag komt af en toe eens op de thee en verder worden er kleine burgeroorlogjes uitgevochten. In de reeks ‘Fijne buren’ vertelt Janse over deze bizarre wereld waar hij in terecht is gekomen.*
Rein was niet blij. Hij had een nagel gebroken bij het bowlen en het nieuwe meisje had, volgens hem, tijdens haar verhuis het hele huis verchaotiseerd. Ik keek er niet erg van op. Negen van de tien keer heeft Rein wel iets om over te klagen. Acht van de tien keer is het niets om je zorgen over te maken. Het nieuwe meisje, Rikki, was niet schuldig aan al die troep. Dat was de vorige bewoner, die de vuilnisbakken zo overladen had dat ze er in Napels nog een puntje aan konden zuigen.
Rikki was het eerste meisje dat het aandurfde om zich voor langere tijd in de Servetstraat te vestigen. Het was tamelijk onwennig om bh’s aan het droogrek te zien hangen en voor het eerst sinds de vorige bewoonster laaide de discussie rond het haar in het doucheputje weer op. Maar het allereerste wat ik van het slanke, blonde meisje merkte waren vier gespierde knapen die de kamer voor haar verbouwde. Slimme meid, dacht ik. Zo zou ik het ook gedaan hebben. De jongens maakten een hoop lawaai, rook en ruzie en gingen maandagochtend weer weg met hun gereedschapskisten. Wat overbleef was een erg gezellige meisjeskamer.
Ik zat dus bij Rein cola te drinken toen Rikki op de deur klopte met een ongediertemelding. Er klonk getsjirp op de gang beneden. Kennelijk was het voer van Jochem’s huisdieren (zie ‘Fijne Buren’, september) ontsnapt. Rein had het ook al opgemerkt en was daarvoor al naar het ‘Kruitvat’ gelopen en had daar de grootste spuitbus met ongediertegif gehaald die ze verkochten. Gewapend met een zaklamp en deze spuitbus gingen wij drieën op krekeljacht in de gang beneden. Overal klonk getsjirp leek het wel. Maar uiteindelijk vonden we een piepklein krekeltje onder de verwarming. ‘Aha!’ riep Rein, alsof hij een zwartwerker had ontmaskerd. Het beestje kreeg de volle lading en voor de zekerheid ook alles in de straal van een meter er omheen. Rikki hitste Rein nog wat verder op.
‘Doe die plinten ook maar. Ongedierte bah.’ Dit leek mij het juiste moment om ook een duit in het zakje te doen.
‘Bij ons op de universiteit denken we dat krekels het vlees van de toekomst zullen worden. Héél voedzaam en goedkoop en milieuvriendelijk te produceren.’ Deze opmerking had het gewenste resultaat. Het tweetal keek mij aan met blikken van afschuw.
‘Ik moet er niet aan denken.’ Zei Rein.
‘Nee, gadverdamme.’ Zei Rikki.
‘Ik heb ze zelf wel eens gegeten. Het zijn net pinda’s. Niet onaardig.’ Zei ik.
Rein pakte zijn spuitbus en begon driftig alle plinten in het huis onder te spuiten.
Dan niet, dacht ik.
* ‘Fijne buren’ deel twee is voor een lange periode van de site gehaald, maar zal binnenkort weer opnieuw worden gepubliceerd.