Feestjes, slipjes en journalistjes

Ik heb twee dagen mijn weblog niet geüpdate (ramp, oh ramp), en dat haal ik nu even snel in. Ik vraag mezelf wel eens af: waarom heb ik nu nooit eens een moment rust? Bij mij gebeurt er altijd wel wat, en ik spring alle kanten op. Dat komt uiteraard deels door mijn planning, maar ook omdat ik het wel leuk vind als er constant nieuwe dingen gebeuren.

Zo had ik bijvoorbeeld vrijdag achter elkaar: Mijn broertjes verjaardag, een duits SE, een geschiedenis SE, Pianoles, goochelen op een kinderpartijtje, en daarna ook nog goochelclub. Het afhandelen hiervan ging ongeveer als volgt: ik werd om half acht wakker gemaakt door mijn moeder, daarna hebben we m'n broertje wakker gezongen, en hem zijn cadeaus gegeven. Hij kreeg veel lord of the rings warhammer, en van mij een dvd van de incredibles. Wat bleek, mijn moeder had die ook gekocht! Ik had haar nog wel gezegd dat ik dat zou doen, dus viel mijn pa nogal uit tegen haar. Ma in tranen, gezellig begin van de dag.

Beide SE's gingen wel goed. Veel meer kan ik er niet over zeggen. Pianoles ging wel aardig, en daarna keek ik de dvd van mijn optreden op het Open Podium. Ik was even ontzettend trots op mezelf. Toen werd er aangebeld. Het was de vader van het meisje voor wie ik moest goochelen, hij kwam me ophalen. Ik had ontzettend veel lol met die zevenjarigen, en aan het eind werd het (per ongeluk) zelfs handtekeningen uitdelen. Een kinderhand is gouw gevuld. Toen moest ik in notime van santpoort naar Hoofdorp, zo'n vijftien kilometer. Ik moest ergens tussendoor ook nog eten, want op een lege maag kun je niet naar de goochelclub. Dus heb ik thuis snel even een rijsthap in de magnetron gedouwd, hem opgegeten en ben toen met een snelheid van dertig kilometer per uur naar Hoofdorp gespurt.

Ik wist dat er een journalist zou komen, en omdat ik toevallig in de redacie van de schoolkrant, de jeugdkrant en de informagie zit, weet ik wel aardig wat van journalistiek. Dus toen ik bezweet binnenkwam riep ik luid, "sorry dat ik zo laat ben, ik had een boeking" De journalist veerde recht op z'n stoel. Dennis (de begeleider) vroeg: 'Oh ja vertel eens?' Dus ik vertelde, en eindigde met de zin; 'maar gelukkig had ik al wat geoefend op mijn benefietavond voor het goede doel' na weer tien minuten vertellen plukte de journalist me eruit, en begon me te interviewen. Ik probeerde zo duidelijk en zo precies mogelijk te antwoorden, en ik denk dat ik het er wel goed vanaf heb gebracht.

Toen de journalist weer wegging, sprak ik met de nieuwe leden, er zat een meisje (wonderbaarlijk genoeg) bij die (nog wonderbaarlijker) Mirte heette. Ze leek me nogal verlegen, maar dat gaat na een tijd van zelf over. Maar dames, een goochelaar hoeft niet per sé een man te zijn, sterker nog, in de handen van een vrouw zien trucks er veel gracieuzer uit! Dus neemt hier een voorbeeld aan! (of niet)

De dag daarop was het familiefeest. Mijn neef en mijn broertje zijn op precies dezelfde dag jarig dus vieren we het gezamenlijk. Het was in het begin nogal saai, er werd wat over het werk geleuterd, maar toen ik na het eerste wijntje mijn doekjes act deed, waarbij er een doekje in een slipje veranderd, kwam men wat losser. 's avonds, toen er nog wat meer gasten waren gekomen, werd mij gevraagd de act nog een keer te doen, en ik vulde hem aan met een geleend spel kaarten. Men vond het prachtig en dat vond ik weer prachtig dus nam ik een stuk taart. In totaal denk ik dat ik wel een halve taart op heb, maar omdat die op familiefeesten altijd in overvloed zijn was dat niet erg.

Thuisgekomen wachtte me een nare verassing. Mijn kamer was een gigantische puinhoop. En daar kan ik niet tegen, dus begon ik met de klerenkast op te ruimen. Ik kwam maar tot de helft, want ik dwaalde af toen ik wat oude sponsballen vond.

De rest ruim ik morgen wel op. Slaap lekker.

Fijne buren 2

Ik zat alleen en eenzaam op mijn donkere kamertje in de Servetstraat.

Over het algemeen vind ik het ondragelijk om geen vrienden te hebben. Bob Ross (de kunstschilder met zijn afrokapsel) was een groot voorstander van het feit dat elk wezen een vriend moest hebben. Daarom schilderde hij naast ieder boompje nog een tweede, zodat de eerste niet zo eenzaam was. Geïnspireerd door deze TV persoonlijkheid dacht ik de oplossing te hebben gevonden door een instant vriend mee te nemen. Ik had het allerkleinste badeendje uit mijn vaders collectie verdonkeremaand -het badeendje is tenslotte toch een soort internationaal symbool voor vriendschap (zie sesamstraat)- en dat eendje hield ik nu in mijn hand.

Het speelgoedje keek mij aan met zijn lichtblauwe ogen. En ik keek terug.

Ik kneep zachtjes in het eentje en luisterde hoe het piepte. Wel schattig. Maar dit was het toch ook niet helemaal. Ik moest maar weer snel naar mijn vrienden van vlees en bloed.

De volgende dag kwam ik weer eens iemand tegen in het huis. Hij stelde zich voor als Rein en vroeg of ik wat wilde drinken op zijn kamer. Ik had toch niets meer te doen dus ik ging op het aanbod in. Rein schonk een glas Fanta in en vertelde dat zijn ingevallen gezicht te wijten was aan een holteontsteking die ze de volgende week met een operatie zouden genezen. Ik vertelde over mijn eigen operatie en zij dat, als hij alles gewoon over zich heen liet gaan, het allemaal wel mee zou vallen.

‘Maar ik heb altijd pech.’ Mompelde Rein. ‘Er gebeurt bij mij altijd wel wat vervelends.’

Hoofdschuddend keek hij toe hoe ik met zijn eigen spel kaarten deed waar ik goed in ben. ‘Je bent er goed in.’zei Rein. ‘Hoe doe je dat toch?’ Die vraag bleek retorisch want daarna zei hij: ‘maar dat mag je natuurlijk niet vertellen. Wil je nog wat Fanta?’ En hij goot mijn glas weer vol. ‘Goede muziek hè?’ zei hij.

‘Wat is het?’ vroeg ik.

‘De toppers.’ Zei hij

Oh nee, dacht ik.

‘Oh leuk.’ Zei ik. Geer, Goor en de Nephomo. Ergens had ik het ook wel kunnen raden. Hij had zijn appartement volgestouwd met kitscherige dolfijntjes en engeltjes van email (dacht hij) en in de krantenbak lagen oude exemplaren van de Privé en de Story. Toch was zijn kamer gezelliger dan die van mij.

Terwijl we spraken ontvouwde langzaam het tragische verhaal van deze jongeman. Zijn vriendin was overleden en had hem een kroeg, een snackbar en een discotheek in Middelburg nagelaten. Daarmee was hij baas over een heleboel mensen en leefde hij als een god van alle winst die deze zaakjes opleverden. Tegen wil en dank had hij vriendschap ingeruild voor macht en kapitaal.

‘Ik zit er over na te denken om de muren te laten verven.’peinsde hij. ‘Maar waarom zou ik dat doen? Ik kom hier bijna nooit. Dit is eigenlijk alleen mijn postadres voor de belasting. Ik voel me hier niet thuis. Eigenlijk voel ik me nergens thuis, daarom reis ik heen en weer.’

‘Hoe oud schat je dat ik ben?’ vraagt hij.

’30 schat ik.’

’30? Nee toch? Neh. 30? Jezus wat oud! Komt vast door die ontsteking.’

‘Ik zeg gewoon eerlijk hoe oud ik je schat.’

’30. Nee toch?’

‘Hoe oud ben je dan?’

‘27’

‘oh’

Stilte.

‘Eigenlijk zou ik iets nieuws moeten doen. Een lasergame beginnen of zo.’

‘Lasergamen is vet.’

‘Ja, maar volgens mij levert het niets op.’

‘Dan heb je er toch in ieder geval een attractie bij?’

‘Daar gaat het ook om.’

Ik vertel Rein dat ze bij ons in café de Koning in Haarlem een Rad van Fortuin hebben. Als je pech hebt moet je 5 Breezers betalen.

‘Daar maak je nog winst mee ook. 5 Breezers, wow, dat is 20 euro, en ik koop die flesjes voor nog geen euro in.’

‘Wel ja.’

Hij stoot zijn arm aan een van de lampen die hij heeft neergezet. ‘Het doet echt pijn.’ verzekerd hij. Naast een holteontsteking en een schijnbaar lam beent is dit de derde aandoening. Hij heeft het toch niet makkelijk. Dan gaat ook nog eens de telefoon. Het zijn de werknemers die van hem moeten bellen als ze zijn tenten in Middelburg gaan sluiten. ‘Dat moeten ze van mij doen en daarna moeten ze alles helemaal schoonmaken.’

Daarmee leid hij een dialoog in waarin hij mij uitlegt hoe hij veel geld kan verdienen aan zijn personeel en klanten. Zijn personeel werkt grotendeels zwart, al heeft hij wel een paar formuliertjes klaarliggen voor als de fiscus op bezoek komt. In zijn discotheek betaald men met muntjes die om de week van kleur veranderen zodat men steeds nieuwe moet kopen. ‘Slim.’ Zeg ik.

‘Ja, ik ben niet gek. Je móet het doen, snap je. Als je het niet doet ga je failliet.’ Ik besluit hem maar niet te zeggen dat ik hier grote twijfels bij heb.

‘Is achter de bar werken niet iets voor jou?’vraagt hij.

‘Alsjeblieft zeg.’ Antwoord ik. ‘Ik heb een bijbaantje waar ik 100 euro per uur mee verdien en dat vind ik nog leuk om te doen ook.’

Rein grijnst. ‘Dat is waar ook.’

Ik krijg het gevoel dat hij mij voor gelijke aanziet en dat zegt wat.

Het volgende onderwerp is films. Hij houd veel van films. Nog voor de avond om is hebben we gepland dat we de week erop een film gaan kijken. Hij vraagt ook of ik mee wil met gordijnen uitzoeken, of ik een keer met hem gaan lasergamen en of ik mee wil naar de discolampenwinkel. Het is mij duidelijk dat hij behoorlijk in vriendennood zit. Ik vind het allemaal prima.

‘Wil je nog wat Fanta?’ vraagt hij.

‘Ik lust wel een kopje thee.’zeg ik. Het is intussen half twaalf en ik besluit hem wat over mijn eigen fraude te vertellen.

‘Ik drink een hele hoop thee.’zeg ik. ‘Maar ik koop nooit thee. Ik leen het altijd van restaurants, mijn ouders, de kantine.’

‘Wil je thee?’vraagt hij. Hij kruipt een kast in en haalt een grote doos zwarte thee van de Macro te voorschijn en geeft die aan mij.

‘Neem maar mee. Ik doe er toch niets mee. Jij bent student, jij moet al voor alles betalen.’ Daar heb ik niets op af te dingen en voor ik het weet stop ik naast de thee een doos Snickers, een tube tandpasta en een discolampen catalogus in mijn tas. Al deze geschenken komen van de Macro of de AH XL.

‘Ik doe er toch niets mee.’ Blijft hij zeggen.

Ik drink mijn thee op en neem afscheid. Ik ben overtuigd dat ik er weer een vriend bij heb en dat ik hem tot goede dienst kan zijn.