De Herkenning
‘Er is iets veranderd.’ Die woorden kwamen vanmorgen spontaan uit mijn mond toen ik wakker werd. Ik deed mijn ogen open en fluisterde zachtjes: ‘Er is iets veranderd.’ Een onbehaaglijk gevoel in mijn buik. Ik schoof de deken van mij af en strompelde naar de douche.
Ik snoof de scherpe, zoete lucht op die werd veroorzaakt door de shampooresten van mijn voorganger. Mijn schouders schokten even en ik keek in de spiegel. Ik keek naar mijn gezicht, waarvan de onderkant bedekt was met stoppels. Mijn grijze ogen werden weerkaatst en keken, geaccentueerd door een stel zware, fronsende wenkbrauwen, mijn gezicht onderzoekend aan. Ze knipperden. Wát was er precies veranderd?
De knoppen van de douche draaide ik net zolang totdat het water de juiste temperatuur had, alvorens eronder te stappen. Terwijl ik shampoo in mijn haar wreef keek ik naar mijn voeten. Grote, behaarde voeten, waren het, omringd door het douchewater op de tegels. Ik bewoog mijn rechtervoet, terwijl ik mijn hiel op de grond liet rusten. De wolkjes waterdamp dreven er omheen.
Teruggekomen in mijn kamer ging ik weer voor de spiegel staan. Dit keer mijn eigen spiegel. Een druppeltje dat ontkomen was aan mijn handdoek gleed langs mijn torso naar beneden. Ik ving het op met mijn wijsvinger. Even zuchtte ik diep. ‘Hoe laat is het?’ vroeg ik mijn spiegelbeeld. Ik keek links van mij op een klokje. Het was elf uur geweest. ‘Zo laat al…’ mompelde ik. ‘Zo laat al…’ zei ik nog keer. Ditmaal lettend op de zware, melodieuze klank van mijn stem. Die was mij eigenlijk nog nooit zo opgevallen…
Ik keek naar mijn armen. Die waren de laatste tijd wat breder geworden door het klimmen. Wat waren ze lang! En ook al licht behaard… Ik bewoog mijn kuiten en daardoor liet mijn handdoek, die ik rond mijn middel had gebonden, los en viel op de grond. Nu stond ik helemaal naakt voor de spiegel. Mijn mond ging open en toen weer dicht. Ik keek naar mijn heupen, alles daartussenin en slikte. Helemaal niet gek, dacht ik. Helemáál niet gek… Wat is er een hoop veranderd!
Toen pas realiseerde ik wat er was gebeurd. Mijn evenbeeld in de spiegel was niet langer dat van een magere puber, maar dat van een gezonde, volwassen man. En wat nog mooier was: ik vond het niet erg. De afgelopen drie jaar heb ik flink last gehad van het Peterpan-syndroom maar nu ik mijzelf herkende als volwassene was ik niet meer verdrietig om het verlies van mijn jeugd. Integendeel: ik was verheugd van mijn nieuwe kwaliteiten en mogelijkheden. Je jeugd is niet iets dat je kwijtraakt; je draagt het altijd met je mee. Een volwassen iemand is zijn jeugd, plus een bonus van kracht, wijsheid en haar.
Volwassen worden is een proces dat niet altijd bij iedereen even subtiel verloopt. Het is niet alleen een kwestie van lichamelijke verandering, maar ook van geestelijke ontwikkeling. De laatste stap is dat je onderkent dat het zo is (als het echt zo is). Dan ben je het écht, dan is het waar. Nu heb ik dat, met negentien jaar en zeven maanden, gedaan. Tijd voor een kopje koffie.