De zaal is er
De zaal is er. Ik knijp mijn ogen stevig dicht. En voel de warme en koude rillingen die door mijn rug vloeien. Ik adem zachtjes heen en weer. In het schemerduister van de coulisse voel ik nog éénmaal aan de rode dobbelstenen in mijn vestzak; de dobbelstenen van het noodlot. De presentatrice is uitgemompeld. De lichten gaan aan en het podium gloeit langzaam op. Vanavond gaat het beginnen.
Oefening baart kunst. Hoe meer oefening, hoe groter de kunst. Op de vieze, ongeschilderde, houten deur is een bordje geplakt. Het is zo’n aluminium plakkaatje met saaie zwarte letters, en een blauw symbooltje, die je ook wel eens op toiletdeuren of op muren in winkelstraten ziet. “Herentoilet” staat er dan op, of: “Geen fietsen plaatsen”. Op mijn deur meldt het bordje: “Showroom”. Dat is mijn kamer. Een showroom. Niet eentje voor meubels of lampen, maar eentje voor de goochelkunst. Dagelijks kan ik uren besteden aan het oefenen op twee seconde schijnbare magie. Niet serieus genomen door mijn ouders of mijn vrienden. Van losse attributen maak ik trucks. Van trucks maak ik routines en van routines maak ik acts. Acts die ik opvoer op kinderfeestjes, aan tafel of op straat. Acts die me waardering opleveren; ik kan zo genieten van de stomverbaasde blikken die gericht zijn op mijn zonet nog lege handen.
Als ik de deur van mijn kamer opendoe, dan kijk ik in een kamer die vriendelijk oogt. Een kamer die veel over mij zegt.
Aan de rechterkant een houten ikea-bureau met daarop een rij woordenboeken en een encyclopedie.
Daarboven, aan de muur, hangt evenwijdig aan mijn bureau een rij gesigneerde speelkaarten. Ze zijn beschreven door goochelaars die me het beste wensen, die me hartelijke groeten, en me succes wensen met de dingen die ik doe. Ik mag er graag naar kijken.
Aan de andere kant van de kamer staat een houten bed met een warme sprei. Ieder uurtje dat ik erin uitrust word ik sterker.