De winnaar

De zon straalt al gezellig hoog

De wolken zijn afwezig

Het jochie speelt op de grond zo droog

Wat is hij lekker bezig

Hij trapt zijn bal van oude lappen

Zo behendig en ook zo vlot

Voorzichtig! Niet té hart trappen!

Want die bal is zo kapot

Verder dribbelt hij met zachte tikjes

Tussen het vuil op de grond

Rottende groenten en oude blikjes

Maken de sport niet echt gezond

Een varken kreunt, die is niet blij

Hij is erg op zijn trope gesteld

Het knort: ‘Ga weg! Dit is van mij!

Ga naar je eigen vuilnisbelt!’

Het broertje van dat zwijn

Is trouwens gisteren geslacht

Zijn bloed stroomt nu heel fijn

Door de stinkende vuilnisgracht

Maar de winnaar houdt zich goed

Met zijn voetbal stapt hij groots

Heen over al dat bloed

De kleine poel des doods

En de bal rolt door het slijk

Ik zou hem niet meer moeten

Maar van afgunst geeft dat joch geen blijk

Hij speelt toch op blote voeten

En hij trapt verder, keer op keer

En heeft ontzettend veel plezier

Toch denk ik steeds, weer en weer,

Kind wat doe je hier?