De trip van Steil

In deze weblog ontmoet Janse zijn goede vriend Steil weer en gaat hij met hem op bezoek bij iemand die zijn baan gaat verliezen.

Steil is weer terug uit Nepal. Ik had met hem afgesproken bij Anne & Max (de beste koffietent van Haarlem), om half elf ’s ochtends.

‘Weet je dan niet dat ik een geweldige Jet-lag heb?’ murmelde Steil.

‘Ik heb vijf uur slaapachterstand. Typisch voor studenten. Je went er wel aan.’ Was mijn antwoord. Dus het werd half elf.

Haarlem is een stad die mij raakt. Wageningen is tof, maar Haarlem slaat alles. Het is mooi, divers en gezellig. Er zijn tientallen oude winkeltjes die spullen verkopen die je nergens meer kunt krijgen. Zat kroegjes en cafeetjes, voor elk wat wils. Zaterdag en vrijdag staan de markten vol met kraampjes waar je al je hondenvoer zelf kunt scheppen. Kortom; het is een fijne stad.

HO, de oude, supercoole, poepchinees stond al achter de bar toen ik binnenkwam. Ik bestelde bij hem een kopje thee, ging zitten en pakte een stukje van de zaterdagseditie van de Volkskrant. In de kennisbijlage stond een artikeltje dat melde dat de Kama Sutra een persiflage was op het Indiase koningshuis. Seks zou net zo belangrijk zijn als hun geld en politiek. Er stonden ook vier plannen in voor een alternatieve afsluitdijk. Ik keek op mijn horloge. Vijf over half elf. Hij mocht nu wel komen, maar tijd zegt een Boeddhist geloof ik niet zoveel.

Toen kwam Steil binnen. Zijn haar was kort en hij had wat achterlijke haartjes onder zijn kin die volgens mij een baard moesten voorstellen. Ik stond op en omhelsde hem. ‘Welkom terug, blij dat ze in India ook grasmaaiers hebben.’ Het was een flauwe grap, maar ik kon mijzelf niet beheersen. Gelukkig grijnsde Steil en ging aan het tafeltje zitten. Hij had thee uit India voor mij meegebracht. Het was verpakt in een mooi, kleurig zakje met gouden stiksels. Hij vertelde over zijn reis. We hadden het vooral over de mensen die in India en Nepal rondlopen. ‘In de stad zijn ze niet zo aardig. Ze moeten allemaal wat van je. Meer naar het noorden toe zijn ze heel vriendelijk.’

Tegen de tijd dat HO een jonge serveerster op pad stuurde om onze appeltaart te brengen werd het gesprek diepzinnig. Steil beweerde dat alles een creatie van de geest is en dat alles leeg is. Ik beweerde dat kunstenaars leven bij de gratie van hun publiek en dat entertainer een heel eerlijk beroep is. ‘Trouwens, ik heb heel Wageningen voorbereid op je komst. Ik heb je, geloof ik, afgeschilderd als een mythologische goeroe. Hakker, die jongen uit Hoofddorp met dat belachelijke kapsel die biologie studeert in Wageningen, heeft daar ook lekker aan bijgedragen. ‘Oh,’ zei Steil, ‘Maar ik ben eigenlijk een heel gewone jongen.’

Dat is naar mijn idee ook de ideale eigenschap van een grote leider. Iemand die lijkt op jou en mij. Steil is een intelligent en interessant iemand. Vooral omdat er meer achter hem steekt dan je aanvankelijk zou denken. Ik weet nog dat hij ooit een sikkeneurige pessimist was die op zijn bed in de jeugdherberg in Recife (Brazilië) zat te kniezen dat het leven nooit beter zou worden dan toen. Gelukkig heeft hij van dat soort depressieve emoties niet zoveel last meer.

Alhoewel… ‘Oh en baidewee, paddo’s zijn vanaf overmorgen illegaal.’ Een terloopse uitspraak. Steil keek mij geschokt met grote ogen aan. ‘Dat meet je niet! Waarom? Wie?’

Een kwartier later liepen we de smartshop in de Kleine Houtstraat in. Één van de winkels die Haarlem maakt tot de grootse stad die hij is. Deze winkel (die veel ruimer dan nodig is) had zich gespecialiseerd in vrijwel alles dat de geest beneveld. Cannabis, dildo’s, paddestoelen, viagra. Ik miste eigenlijk nog een schap met blauwe wodkaflessen.

Terwijl Steil informeerde naar de mogelijkheid om paddo’s te drogen bij de man achter de toonbank bekeek ik de interessante collectie literatuur over het gebruik van cannabis. Er stonden boeken over de medicinale werking, de gastronomische meerwaarde en het groeiproces van de plant. Nooit geweten dat er zoveel over dat onkruid (zie: in de ban van de joint 1 en 2) geschreven was.

Ik ging bij Steil staan. ‘Hier heb ik gedroogde paddo’s’ zei de winkelier. ‘Mag je die eigenlijk wel verkopen?’ vroeg Steil zich hardop af. ‘Ssst!’ zei de winkelier. ‘Er zijn wel meer dingen die niet mogen. Deze paddenstoelen geven niet zo’n lange trip maar die trip is dan weer wel heel intens.’ Uiteindelijk kocht Steil een zakje met hele dunne gedroogde zwammetjes en een gelamineerd bakje met een soort uitgerekte champignons. Alles bij elkaar kostte de twee pakjes 35 euro. We discussieerden nog even met de winkelier over zijn toekomst met dit verbod en verlieten toen de winkel.

Dat is dus Steil, mijn goeroe. Hij was van plan om de paddo’s te drogen en op te sturen naar Duitsland, als verjaardagscadeautje voor zijn vriendin. ‘Ik ga de nieuwste ‘Dirkjan’ kopen.’ zei ik. ‘Dat is echt goed spul. Van die stripboeken krijg je zulke lachstuipen dat de na driekwartier nog buikpijn hebt. Je voelt je dan echt helmaal licht in je hoofd.’ Steil lachte minzaam.‘Hier scheiden ons wegen dan weer.’ zei hij. ‘Maar niet voor lang.’ zei ik. We gaven elkaar een knuffel en stapten op de fiets. De winkelstraat was gevuld met een massastroom met mensen. We wachtten tot er een gaatje zou vallen zodat we weg konden.

‘Wat was je beste vak op school?’ vroeg ik aan Steil.

‘Filosofie.’

‘Filosofeer je hier dan maar eens uit.’ zei ik.