De échte truc

Afgelopen middag zat ik, met een kinderfeestje achter de rug, in de trein naar mijn huidige woonplaats, Rhenen. Op mij na zaten er ook nog wat kerels in de trein die mij aanspraken op mijn koffertje. Ze vroegen, geloof ik, of ik timmerman was.

‘Nee, ik ben goochelaar.’ Antwoordde ik, waarop de kerels bulderden van het lachen. Ze maakten wat spottende grapjes, totdat ik een spel kaarten tevoorschijn haalde en een show begon te geven. De conducteur die er ook bijzat vond het helemaal top. Hij gaf me een kaartje waarmee ik een keertje eersteklas kon reizen. De mannen vroegen mij de standaardvragen: hóe ik het deed, hóelang ik het al deed en hóe ik het had geleerd. Één van de kerels vroeg of ik ze mee wilde om een showtje te geven voor zijn vrienden in de kroeg. Hij bood mij vijftig euro aan als ik dat deed.

Nu heeft mijn moeder mij geleerd om nóóit met vreemde mannen met snoepjes mee te gaan. Maar mijn zelfvertrouwen was groot genoeg: ik wist wat ik kon, ik had een mobiele telefoon op zak en deze mannen leken mij niet gevaarlijk. Ze wilden simpelweg eens iets anders dan alléén maar bier. Ze betaalde mij cash van te voren en dus ging ik met ze mee.

In deze kroeg in Veenendaal schotelden de mannen mij een publiek voor dat al sinds half elf ’s ochtends aan het doorzakken was. Ik moest even slikken. Toen riep ik luid: ‘Applaus’ en mijn publiek, dat voornamelijk bestond uit een stel dikke kale mannen, roffelde op de tafels en brulde het uit. De sfeer zat er goed in. Ik plukte de Dolce&Gabana bril van het hoofd van één van de aanwezige dames en liet hem op de grond dansen zonder hem aan te raken. Zo begon één van mijn meest rommelige optredens. Niemand zat stil, iedereen schreeuwde door elkaar heen en om de vijf minuten werd er een lied in gezet waar slechts de eerste twee regels van werden gezongen.

Toch had ik op een of andere manier het idee dat ik iets toevoegde met mijn aanwezigheid. Een paar mensen vonden het wel degelijk interessant wat ik deed. Verbaasd krabden ze op hun hoofd en vroegen om mijn kaartje. Ik liet de show een half uur duren en toen liet ik me door de BOB (een schitterend meisje) naar huis brengen.

Uitgeput kwam ik thuis. Ik had twee optredens achter elkaar gedaan: een kinderfeestje en dit gedoe in de kroeg. Al met al was ik vier rendabele uurtjes bezig geweest. De werkelijke truc van het goochelen is namelijk, dat het altijd wat opgeleverd. In het minste geval vermaak je het publiek en doe je wat ervaring op. Dat is al heel wat. Maar meestal komt er nog een fiks aantal bonussen bij; in dit geval verdiende ik 150 belastingvrije euro’s, een halve liter bier, twee stukjes taart en een kaartje om eersteklas mee te reizen in de trein. Dat is niet gek voor een middagje.

Een hele hoop goochelaars kénnen meer dan honderd trucs maar kunnen er nog geen hond mee vermaken. Een werkelijke goochelaar heeft maar een sigarendoos vol met attributen nodig waarmee hij alles en iedereen kan verbazen. Persoonlijk doe ik maar een handvol trucs waar ik trots op ben (de rest is opvulling) en die doe ik iedere keer weer (zie ook de weblog 2,50 per truc). Iedereen die mij nog maar net kent heeft het over mijn konijntjes, de bewegende zonnebril en mijn kaarttrucs. Ze zijn mijn handelsmerk, mijn aanknooppunt en mijn laatste troef. Een échte goochelaar kan hiermee alles wat hij aanraakt in goud veranderen.