Chocola, een zegen of een ramp?
Iedere keer dat ik naar de bioscoop ga, koop ik een grote zak m&m crispy’s. Vervolgens eet ik me tijdens de gehele voorstelling compleet misselijk en – afhankelijk van de kwaliteit van de film - ga ik daarna compleet verzadigd naar huis. De mensen die dan met mij mee gaan verklaren me dan compleet voor gek, totdat ik samen met een Vlaamse collega in Alkmaar naar ‘Charlie and the Chocolatefactory’ ging (met Johnny Depp in de Hilarische Hoofdrol van de geflipte fabrikant Wonka). Deze keer kreeg er iemand spijt dat hij geen chocola had meegenomen. Want zoals ik er al achter kwam bij het kijken van de film ‘Chocolate’ (opvallend genoeg ook al met Johnny Depp) krijg je zin in chocolade als je er naar kijkt.
Dit is een merkwaardig verschijnsel, want als je een film ziet met een hoop bloed, dan krijg je niet altijd meteen zin daarin. Hoe dan ook, als we chocola zien, dan loopt het water ons in de mond om dat we het in onze hersenen refereren aan dan heerlijk zoete, warme spul dat smelt op onze tong. En doordat dokters en tandartsen zeggen dat het ook nog eens vreselijk ongezond is, wordt het eten daarvan alleen maar aantrekkelijker. Maar is het wel ongezond? Daar kun je ernstig over discussiëren.
In ieder geval is het een feit dat chocola niet de veroorzaker is van puistjes, dat er in pure chocola zogeheten flavonoïden zitten die de bloeddruk verlagen en boven alles verbetert chocola (puur, melk of wit, whatever) je humeur. Maar chocola kan ook, zoals ik zelf ondervonden heb, ontzettend verslavend zijn. En natuurlijk hangt het er maar net vanaf wat voor chocolade het is. In puur zitten bijvoorbeeld vier keer zoveel flavonoïden als in melkchocolade en in wit zitten helemaal geen flavodingesjes.
Chocola kan ook ontzettend goed zijn voor je geheugen. Indirect dan. Ik had bijvoorbeeld een keer een aardrijkskunde leraar die mijn naam niet kon onthouden (terwijl ik toch niet zo’n belachelijk moeilijke naam heb). Hij beloofde dat als hij het nog één keer fout zei, mij zou trakteren op een reep chocola. En ja hoor, de mafkees noemde mij binnen de kortste keren opeens Heinse. Enkele lessen later bracht hij de beloofde chocolade mee. Hij had twee repen: een grote en een kleine. Ik mocht kiezen: want de grote moest ik delen met de gehele klas, en de kleine mocht ik zelf op eten. Ik besloot hem te delen, en kreeg een enorme reep waar ik na het rondbrengen nog genoeg van overhield. Toen liet de leraar mij zien wat ik had gekregen als ik voor de kleine had gekozen: een minuscuul reepje voor nog geen hap. Zo zie je maar weer: hebberigheid loont niet. Bovendien: de hebberige kindertjes uit Roald Dahl’s boek kwamen niet ongeschonden uit de fabriek.
Janse H.