Achterhuis en de hel

Vandaag stond ik als laatste op, dat is heel gek, want normaal is mijn zus altijd de laatste. Om twaalf uur reed ik naar sneel, omdat er Lunchkapel was. Daar at ik een lunch (datwilzegge) een hotdog en wat aldi pannenkoekjes. Daarna gingen we met de trein naar Amsterdam. Daar zijn we te voet naar het Achterhuis gelopen. Toen we door de Rossebuurt liepen zijn we Laurens en Han bijna kwijtgeraakt, maar gelukkig konden we ze weer vinden. Toen we aankwamen bij het huis van wijlen Anne Frank, stonden we twintig minuten in de rij (wat daar heel normaal is). Het huis was indrukwekkend en zat grappig in elkaar. In het Achterhuis kregen we dankzij alle warmte en zweet van de rij bezoekers, een natuurgetrouwe impressie van hoe het daar was in de tijden van de oorlog.

Op de terugweg ben ik met Maja en Charlotte een ijsje gaan eten bij de mac. We hebben het over muzikaal talent gehad en omdat we dat geen van drieën hadden was het een kort gesprek. Op de terugweg kwamen we langs de kermis op de grote markt. Als ik iets haat, dan is het kermis. De ordinaire, kappitalistische, schreeuwende attracties deden pijn aan mijn ogen. Kermis is de beste weergave van wat ik beschouw als de hel, ik vind het ronduit onsympathiek. Het enige attractiepark dat aan mij voldoet is de efteling. Dat komt omdat alles daar een thema heeft, en meestal een magisch thema. Ook zijn de attracties daar heel rustig gekleurd. Zo is bijvoorbeeld de python vaalwit!

's Avonds heb ik wat eten voor mezelf gemaakt en ben ik gaan computeren.