3x20
Als ik naar huis rijd val ik ten prooi aan een heuse tropische regenbui. Pijpenstelen (wat het ook mogen zijn) zijn nog te bescheiden uitgedrukt voor de heftigheid van het vallende water. Ik stap van mijn fiets af en vlucht het dichtstbijzijnde bushokje in. Rillend en dodelijk vermoeid ga ik op het bankje zitten. Er heeft ontzettend veel energie gezeten in het organiseren en opruimen van al dat gefeest en langzamerhand begint al het werk zijn tol te eisen. Eten wil ik. En dan slapen.
Drie keer je verjaardag vieren is ook best veel, mijmer ik. De aftrap begon een week geleden in de Wageningse uiterwaard, waar ik mijn studiegenoten trakteerde op Asti en taart bij een verwaaid kampvuurtje. Er werd gezongen, handen geschud en zachtjes op een gitaar getokkeld. Ik voelde mij helemaal thuis op die rivieroever waar ik acht maanden geleden in mijn eentje een bioscoopblaadje las, schuilend voor de regen (lees: Kamernood). Wat is er toch veel veranderd…
Het blijft regenen. Voor mijn neus zie ik mensen wanhopig door het water ploeteren. Die worden genadeloos nat, denk ik bij mijzelf. Zondag vierde ik het met mijn familie, we hebben heerlijk gegeten bij de Javaan (de groene blokjes gelei in mijn toetje vond ik niet lekker). Mijn ouders hebben mij klimspullen cadeau gegeven. Mijn zus gaf me mooie kleren en mijn broertje gaf mij de Spiderman-films. De schildpadden gaven mij een boekenbon, Pieper en James gaven mij een boek met wijsheden en de kikkers en salamanders in de vijver gaven mij een goed idee voor een feestje.
Flying Frog Party, in dit bushokje moet ik toch weer grijnzen bij het idee. Ik ben blij dat niemand mij heeft gevraagd waar Bin Laden was. Gelukkig is er ook niemand over de Spantigator begonnen, wat in alle eerlijkheid: ik heb geen flauw idee van wat een Spantigator is. Maar hé: er waren wel smoothies, die mede dank zij Mirte een groot succes waren.
De mensen op zo'n feestje geven je een soort blauwdruk van je vriendenkring. Ik vond het heerlijk om mijn kennissen uit Wageningen en Haarlem nu eens bij elkaar te zien. Al mijn beste vrienden waren er en bovendien was ik trots op de verscheidenheid aan mensen die er rondliepen. Er kwamen mooie gesprekken uit voort en het liep allemaal gesmeerd: er is niet één bierflesje gebroken.
Om drie uur was het afgelopen. De Wagenezen bleven in Sneel slapen en zeven uur later bakte ik een ontbijtje voor hen. We telden de waarde van de boekenbonnen (115 euro, yeah! Dankjewel allemaal) en begonnen de zaak op te ruimen. Binnen anderhalf uur waren we klaar.
De regen is gestopt. Ik wrijf het water van het zadel en fiets naar huis. Uitgeput laat ik mij daar in bed vallen. James springt op het bed en komt bij mij liggen. Hij vindt het tijd voor nóg een feestje.